Privaatrecht – Reaal/Athlon ECLI:NL:HR:2012:BX0357

  • Datum: 26 oktober 2012

  • Rechtbankniveau: Hoge Raad

  • Rechtsgebied: Privaatrecht

  • Wetsartikelen: Art. 6:97 BW

Casus

In 2004 vond er een aanrijding plaats waarbij een leaseauto, die in eigendom aan Athlon toebehoorde, ernstig werd beschadigd. De bestuurder van deze auto had een WAM-verzekering afgesloten bij verzekeringsmaatschappij Reaal. Athlon vordert daarom vergoeding van de schade aan de leaseauto bij Reaal. Naast zaak- en bedrijfsschade, bracht Athlon ook expertisekosten in rekening bij Reaal. In dit expertiserapport is de schadeberekening opgemaakt, waarbij rekening wordt gehouden met de prijzen die gelden voor auto-onderdelen die vervangen dienen te worden en de tijdsduur en het uurloon die gelden voor de te verrichten werkzaamheden. Om deze prijzen te berekenen, wordt er door Athlon gebruik gemaakt van het zogeheten Audatex-systeem, waarbij gebruik wordt gemaakt van de standaard prijzen die gelden voor onderdelen en arbeidskrachten. Al deze tarieven zijn door Athlon ook bij de schadeberekening opgeteld, omdat de auto immers in waarde is gedaald door de beschadiging waardoor Athlon tevens schade heeft geleden. Reaal is het niet eens met deze kosten en vordert daarom dat er voor recht wordt verklaard dat zij alleen de daadwerkelijke schade aan Athlon dient te vergoeden. Athlon vindt echter dat in gevallen als deze een abstracte schadeberekening als uitgangspunt dient te worden genomen. Hiertoe voert zij aan dat het in dit geval ook gaat om waardevermindering van de auto als gevolg van de opgelopen schade.

Rechtsvraag

Mag er bij het vaststellen van de te vergoeden schade gebruik worden gemaakt van een abstracte schadeberekening? Komen de kosten die gemoeid zijn met het herstel van de schade, door waardevermindering van de zaak, ook in aanmerking voor vergoeding?

Lagere rechters

De vorderingen van Reaal worden door de rechtbank afgewezen. De rechter in eerste aanleg is het met Athlon eens dat in dit geval een abstracte schadeberekening aan dient te worden gehouden. Hierdoor komt ook de waardevermindering van de auto in aanmerking voor schadevergoeding. Deze uitspraak van de rechtbank is vervolgens in hoger beroep door het hof bekrachtigd. Beide feitenrechters zijn het erover eens dat dergelijke schadeberekeningen naar objectieve maatstaven vast dienen te worden gesteld.

Hoge Raad

De Hoge Raad overweegt dat, ingevolge art. 6:97 BW, de rechter de schade dient te begroten op een manier die het meest in overeenstemming is met de aard ervan. In het onderhavige geval is er sprake van schade aan een auto. Uitgangspunt hierbij is dat de eigenaar hierdoor nadeel lijdt, gelijk aan de vermindering van de waarde van de auto. Het bedrag dat voor vergoeding in aanmerking komt, zal gelijk zijn met de kosten die gemoeid zijn met het herstel (naar objectieve maatstaven vastgesteld). Het expertisesysteem waar Athlon gebruik van heeft gemaakt bij het berekenen van de schade, is volgens de Hoge Raad een manier om snel na het ontstaan van de schade inzicht te krijgen in deze herstelkosten. Zo komt de waardevermindering van de beschadigde auto naar objectieve maatstaven vast te staan, doordat dergelijke systemen van standaardprijzen uitgaan. Volgens de Hoge Raad slagen de klachten van Reaal dus niet. Er zou anders namelijk afbreuk worden gedaan aan de hanteerbaarheid van schadeberekening bij zaaksbeschadigingen. Het middel leidt dus niet tot cassatie.