Privaatrecht – Ploum/ Smeets II

  • Datum: 25 maart 2011

  • Rechtbankniveau: Hoge Raad

  • Rechtsgebied: Privaatrecht

  • Wetsartikelen: /

Casus

Ploum heeft eind 1987 een perceel grond verkocht aan Smeets met daarop een tankstation. De levering heeft plaatsgevonden in 1994. Kort na de levering kwam een ernstige bodemverontreiniging aan het licht. De akte van levering bepaalde onder meer dat het verkochte aanvaard werd in de feitelijke toestand waarin het geleverd werd.

Kort na de levering aan Smeets schrijft de Provincie Limburg aan BP dat het tankstation opgenomen is in het provinciale saneringsprogramma.
De echtgenoot van Ploum stuurt de aanschrijving van de Provincie door aan Smeets. Een jaar later klaagt Smeets schriftelijk over de verzwijging van de bodemverontreiniging aan Ploum.

Rechtsvraag

• Komt exonererende kracht toe aan de bepaling dat het verkochte wordt aanvaard in de feitelijke toestand waarin het wordt geleverd?

• Heeft Smeets tijdig geklaagd, of was zijn klacht ongeveer één jaar na de mededeling van Ploum te laat?

Hoge Raad

Ten aanzien van de exoneratieclausule oordeelde de Hoge Raad dat het Hof mocht volstaan met de taalkundige uitleg van de bepaling, omdat partijen geen stellingen aandroegen die een andere uitleg rechtvaardigen. Voor de praktijk is van belang dat wanneer een van de letterlijke tekst van de bepaling afwijkende uitleg wordt verdedigd, die partij dan wel stellingen en bewijsmiddelen zal moeten aandragen om een dergelijke uitleg te rechtvaardigen. Indien die partij daaraan niet voldoet, is het de rechter blijkens dit arrest toegestaan om vooral naar de taalkundige uitleg van de bepaling te kijken en binnen de toepassing van het Haviltex-leerstuk de bepaling minder subjectief uit te leggen.

Ten aanzien van de klachttermijn gaf de Hoge Raad een toetsingsschema aan de hand waarvan geoordeeld kan worden of tijdig geklaagd is. Deze niet limitatieve gezichtspuntenlijst bevat de volgende gezichtspunten die mee kunnen wegen bij de beoordeling of tijdig geklaagd is:

Het nadeel als gevolg van het verstrijken van de tijd totdat is geklaagd;

De waarneembaarheid van het gebrek;
De deskundigheid van partijen;
De onderlinge verhouding van partijen;
De aanwezige juridische kennis;
De behoefte aan voorafgaand deskundig advies;
De ingewikkeldheid van een eventueel onderzoek;
De aard van de gekochte zaak (mits het gaat om koop);
Mededelingen van de verkoper.

Bij de beoordeling of binnen bekwame tijd is geklaagd, dient de rechter alle omstandigheden van het geval te wegen. Er kan geen vaste klaagtermijn gegeven worden. De Hoge Raad geeft aan dat het hof op basis van de omstandigheden van het geval kon oordelen dat Smeets tijdig bij Ploum heeft geklaagd.