Privaatrecht – Nationale Nederlande Schadeverzekering/S. En L. ECLI:NL:PHR:2012:BX8349

  • Datum: 14 december 2012

  • Rechtbankniveau: Parket Hoge Raad

  • Rechtsgebied: Privaatrecht

  • Wetsartikelen: Art. 6:101 Bw

Casus

Verweerster in dit geding werd door een personenauto aangereden die bij de Nationale-Nederlanden verzekerd was. Deze aanrijding werd veroorzaakt door het feit dat de personenauto geen voorrang verleende, daar waar wel voorrang verleend had moeten worden. Tijdens het plaatsvinden van het voorval, was verweerster ongeveer 30 weken zwanger. Enkele weken later beviel zij van een zoontje, bij wie een stresssyndroom werd vastgesteld. Later werd het kindje gediagnosticeerd met een hersenaandoening waaraan hij blijvend letsel heeft overgehouden. De moeder van het kindje vordert een schadevergoeding van de Nationale-Nederlanden, omdat de schade bij het kindje is ontstaan als gevolg van het verkeersongeval. Nationale-Nederlanden stelt zich op zijn beurt op het standpunt dat de schade is veroorzaakt door het stresssyndroom dat na de geboorte is vastgesteld.

Rechtsvraag

Bestaat er bij toepassing van proportionele aansprakelijkheid ruimte voor een billijkheidscorrectie, zoals door het hof in hoger beroep toegepast?

Lagere rechters

De rechtbank kwam tot het oordeel dat de hersenbeschadiging inderdaad veroorzaakt is door het stresssyndroom van het kindje, maar dit zou ook veroorzaakt kunnen zijn door het verkeersongeval waar de moeder bij betrokken is. De rechtbank oordeelt dat er niet met voldoende zekerheid vast te stellen is welke van deze gebeurtenissen in welke mate de schade heeft/hebben veroorzaakt. Om deze reden kiest de rechtbank voor een proportionele benadering van 50/50. Ook het hof kiest voor een proportionele benadering. Het hof overweegt dat er op grond van art. 6:99 en 6:101 BW wel altijd nog ruimte overblijft voor een correctie op grond van de billijkheid. Omdat er in het onderhavige geval sprake is van een schending van een verkeersnorm, het letsel zeer ernstig is en het gaat om een WAM-verzekering, komt het hof tot het oordeel dat Nationale-Nederlanden voor 60% aansprakelijk is.

Hoge Raad

De Hoge Raad overweegt dat bij proportionele aansprakelijk geen ruimte is voor toepassing van art. 6:101 BW naar analogie. Een dergelijke billijkheidscorrectie zou volgens het hof alleen mogelijk zijn in het geval er sprake is van eigen schuld, of een andere toepasselijke wettelijke regeling aan de orde zou zijn. Hiervan is in het onderhavige geval echter geen sprake. In het Nefalit-arrest van de Hoge Raad is reeds bepaald dat er bij onzekerheid over de mate waarin een normschending bijgedragen heeft aan de schade, gekozen kan worden voor een proportionele benadering waarbij de rechter de aansprakelijk gestelde persoon mag veroordelen voor schadevergoeding in evenredigheid met de mate waarin hij de schade veroorzaakt heeft. Dit dient de rechter te doen op basis van een gemotiveerde schatting van de kans dat de schade door meerdere oorzaken is veroorzaakt. In een ander arrest (Fortis/B) heeft de Hoge Raad hieraan toegevoegd dat het toepassen van de proportionele benadering terughoudend dient te gebeuren. In deze zaak staat volgens de Hoge Raad echter niet ter discussie dat een proportionele aansprakelijkheid op haar plaats is. Er bestaat echter bij de toepassing hiervan geen ruimte voor een billijkheidscorrectie ter verhoging van de schadevergoedingsplicht.