Privaatrecht – Mondelinge uitspraak ECLI:NL:HR:2018:650

  • Datum: 20 april 2018

  • Rechtbankniveau: Hoge Raad

  • Rechtsgebied: Privaatrecht

  • Wetsartikelen: Art. 30p Rv

Casus

De officier van justitie heeft voorlopige machtiging verzocht zodat betrokkene in het psychiatrisch ziekenhuis kon blijven. Deze betrokkene was met advocaat aanwezig op de zitting, maar de officier van justitie niet. De rechter heeft mondelinge uitspraak gedaan en heeft hierbij de machtiging verleend voor 6 maanden. De rechtbank zou in strijd hebben gehandeld met art. 30p Rv. Omdat de voorschriften niet zijn nageleefd, zou de rechtbank ook in strijd hebben gehandeld met art. 287 lid 1 Rv, art. 230 lid 1 en 3 Rv en art. 5 lid 1 EVRM.

Rechtsvraag

Kan een mondelinge uitspraak worden gedaan nu de officier van justitie niet aanwezig was?

Hoge Raad

Deze uitspraak betreft de betekenis van art. 30p Rv.

“Indien het voorschrift in art. 30p lid 1 Rv dat slechts mondeling uitspraak mag worden gedaan “indien alle partijen op de mondelinge behandeling zijn verschenen”, wordt opgevat als een rechtsregel van openbare orde, mag de Bopz-rechter geen mondelinge uitspraak doen in gevallen waarin de officier van justitie niet ter zitting aanwezig is. Bij die uitleg zou het cassatiemiddel slagen. Ik neem evenwel het standpunt in, dat het voorschrift in art. 30p lid 1 Rv uitsluitend strekt ter bescherming van het belang van de partij die niet ter zitting is verschenen. Bij die interpretatie kan de patiënt geen beroep doen op het feit dat de officier van justitie ter zitting ontbrak. Ik zie dit als een toepassing van het relativiteitsbeginsel: het voorschrift zelf maakt weliswaar deel uit van de essentiële waarborgen voor het grondrecht op vrijheid van de betrokken patiënt – hetgeen een strikte en ambtshalve toepassing door de rechter veronderstelt −, maar het voorschrift is door het feit van de afwezigheid van de officier van justitie niet geschonden in het nadeel van de patiënt. Om deze reden ben ik van mening dat dit gedeelte van de rechtsklacht faalt.”