Privaatrecht – Kinheim/ Pelders ECLI:NL:HR:2000:AA4732

  • Datum: 4 februari 2000

  • Rechtbankniveau: Hoge Raad

  • Rechtsgebied: Privaatrecht

  • Wetsartikelen: /

Casus

Pelders had een overeenkomst met Kinheim omtrent de productie van schroefelementen. De schroefelementen waren niet naar de wens van afnemer Kinheim. Kinheim lijdt hierdoor grote schade door claims van derden. Kinheim stelt vervolgens een vordering tot schadevergoeding in, maar die vordering wordt afgewezen op grond van het feit dat Pelders niet in gebreke was gesteld door Kinheim.

Rechtsvraag

Is Pelders aansprakelijk voor de geleden schade door Kinheim?

Hoge Raad

Kinheim doet dan een beroep op het Farmex-arrest om dat probleem te omzeilen. Volgens Kinheim zou Pelders bij herhaling dusdanig ondeugdelijk gepresteerd hebben dat van grove ondeskundigheid blijk gegeven is. Hierdoor zou een ingebrekestelling zinloos zijn geweest. De redelijkheid en billijkheid brengen volgens Kinheim dan mee dat geen ingebrekestelling vereist is. Het Hof en de Hoge Raad verwerpen dit beroep, omdat Pelders gemotiveerd had betwist dat een deugdelijk bewijsaanbod van Kinheim omtrent deze voorstelling van zaken ontbreekt.

Dan doet Kinheim een beroep op art. 6:82 lid 2 (tijdelijke onmogelijkheid van nakoming), waardoor een schriftelijke mededeling ervoor zorgt dat Pelders in verzuim treedt. De Hoge Raad besluit op dit punt simpelweg dat deze stelling onvoldoende grondslag biedt voor de toepassing van dat artikel.