Privaatrecht – Invinco/ Postema ECLI:NL:HR:2017:3018

  • Datum: 24 november 2017

  • Rechtbankniveau: Hoge Raad

  • Rechtsgebied: Privaatrecht

  • Wetsartikelen: Art. 355 Rv

Casus

Verweerder heeft door tussenkomst van Invinco belegd in effecten na daarover te zijn benaderd en over de risico’s van beleggen te zijn toegelicht door de rechtsvoorganger van Invinco. Verweerder heeft op die beleggingen verliezen geleden. Invinco is daarom door verweerder aansprakelijk gesteld. Het geding in cassatie betreft de vorderingen van verweerder tot verklaren voor recht dat Invinco in de nakoming van haar verplichtingen tekort is geschoten en daarom verplicht is tot het betalen van schadevergoeding. Na een toekenning van gedeeltelijke schadevergoeding heeft verweerder in hoger beroep zijn eis gewijzigd. In cassatie is door Invinco geklaagd dat het Hof ten onrechte de eiswijziging van verweerder heeft toegestaan.

Rechtsvraag

Is het wijzigen van een eis in tussentijds appel in strijd met een goede procesorde omdat daarmee de regel van art. 355 Rv wordt doorkruist?

Hoge Raad

De eis mag in dit geval worden gewijzigd. Het al dan niet gebruik maken van de bevoegdheid die is vastgelegd in art. 356 Rv, is overgelaten aan de appelrechter. Deze was vrij om de eiswijziging toe te laten. Dit wordt niet anders doordat verweerder zijn incidenteel appel heeft betrokken op het tweede tussenvonnis.

Het Hof vindt dat in geval Invinco de gevolgen van haar eigen onjuiste handelingen en daardoor veroorzaakte onduidelijkheid kan afwentelen op verweerder, dit in strijd is met de eisen van goede procesorde. Het hoger beroep tegen een tussenvonnis zoals dit in art. 337 lid 2 Rv is bedoeld, kan slechts tegelijk met dat tegen het eindvonnis worden ingesteld, tenzij de rechter die het vonnis heeft gewezen anders heeft bepaald. De appelrechter mag hier geen uitzondering op maken.