Privaatrecht – Hangmat ECLI:NL:HR:2010:BM6095

  • Datum: 8 oktober 2010

  • Rechtbankniveau: Hoge Raad

  • Rechtsgebied: Privaatrecht

  • Wetsartikelen: Art. 6:174 BW

Casus

Eiser in incidenteel cassatie (A) heeft op 13 juli 2015 een hangmat in de tuin opgehangen aan een gemetselde pilaar. Op het moment dat zij in de hangmat is gaan liggen, is deze pilaar afgebroken en over haar heen gevallen. Zij liep hierbij een complete dwarslaesie op. A. zal door het ongeval haar armen en benen nooit meer kunnen gebruiken en is voor de rest van haar leven rolstoel gebonden en volledig afhankelijk van hulp van derden.
A. en haar man (B) waren ten tijde van het ongeval gezamenlijk eigenaar van de woning waar het ongeval plaatsvond. Op advies van haar adviseur besluit A. haar echtgenoot aansprakelijk te stellen, omdat hij medebezitter is van de pilaar en omdat A. en B. ten behoeve van hen beiden een aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren hebben afgesloten bij Achmea, zodat een eventueel door B. te betalen schadevergoeding door Achmea vergoed zal worden.
A. dagvaart zowel B. als Achmea en vordert een verklaring voor recht dat B. jegens haar aansprakelijk is en een hoofdelijke veroordeling van B. en Achmea tot vergoeding van de schade. A. baseert haar vordering op artikel 6:174 lid 1 BW en stelt dat de pilaar een gebrekkige opstal vormt als bedoeld in dat artikel en acht B. aansprakelijk voor de door haar als gevolg van het afbreken van de pilaar geleden schade.

Rechtsvraag

Kan een medebezitter (B) van een gebrekkige opstal op grond van artikel 6:174 BW aansprakelijk worden gesteld voor de schade die een andere medebezitter (A) als gevolg van dat gebrek lijdt?

Rechtsoverwegingen

4.12. Noch in de wettekst, noch in de parlementaire geschiedenis zijn aanknopingspunten te vinden voor het feit dat de wetgever artikel 6:174 heeft willen beperken tot degene die niet tevens medebezitter zijn van de opstal. Indien de risicoaansprakelijkheid van artikel 6:174 BW niet voor medebezitters zou gelden, betekent dit dat de benadeelde eigenaar in dat geval zijn schade voor 100 % zelf zal hebben te dragen en de andere eigenaren daarin niets hoeven bij te dragen. Dit is ongewenst nu de regeling juist ter bescherming van de benadeelde in het leven is geroepen. Uitgaande van de situatie dat de risicoaansprakelijkheid van artikel 6:174 BW ook geldt in de onderlinge verhouding tussen medebezitters, is het resultaat dat de schade wordt gedragen door de gezamenlijke eigenaren.
De eigenaar die tevens benadeelde is, zal dan zijn schade zelf hebben te dragen naar rato van zijn medebezit. In casu zal dit dus een 50/50 verdeling zijn.

5.2.2. Redelijke toepassing van de wet brengt mee dat de benadeelde medebezitter (A) zelf dat gedeelte van de door hem geleden schade draagt dat overeenkomt met zijn aandeel, zodat hij op grond van artikel 6:174 in zoverre geen aanspraak heeft op schadevergoeding jegens de andere medebezitter. De medebezitter is nog wel aansprakelijk voor het overige gedeelte van de schade (artikel 6:102 lid 2).

Rechtsregel

Een bezitter van een gebrekkige opstal kan aansprakelijk gesteld worden voor de geleden schade door een medebezitter als gevolg van dat gebrek, met dien verstande dat het slachtoffer de schade zelf moet dragen voor het deel dat overeenkomt met zijn aandeel in de opstal.