Privaatrecht – Geldnet/ Kwantum ECLI:NL:HR:2002:AE0657

  • Datum: 14 juni 2002

  • Rechtbankniveau: Hoge Raad

  • Rechtsgebied: Privaatrecht

  • Wetsartikelen: Art. 6:76 BW

Casus

Geldnet en Kwantum hebben op 18 september 1990 een overeenkomst gesloten, waarbij overeengekomen is dat Geldnet vier keer per week geld en/of waarden over de weg zal vervoeren vanaf diverse filialen van Kwantum naar de geldtelcentrale van de ABN-AMRO.

Op vrijdag 22 september en zaterdag 23 september 1995 heeft Geldnet bij diverse filialen zendingen opgehaald. Deze zendingen heeft zij opgeslagen in Duiven.
Op zaterdagavond voltrekt zich een gewapende overval in het depot in Duiven. Deze overval is mede voorbereid door een medewerker van Geldnet. Hij heeft een andere medewerker van Geldnet om het leven gebracht en daarna zijn twee handlangers toegelaten tot het depot.
Bij de overval zijn onder andere de op 22 en 23 september opgehaalde zendingen bij de filialen van Kwantum bemachtigd.

Rechtsvraag

Dient de medewerker van Geldnet, die de overval mede heeft beraamd, te worden beschouwd als een hulppersoon ex artikel 6:76 Burgerlijk Wetboek (BW)?

Hoge Raad

De Hoge Raad oordeelde dat de kring van personen waarop artikel 6:76 BW ziet, niet te breed moet worden getrokken. Er bestaat slechts aansprakelijkheid voor personen van wie de hulp wordt ingeschakeld bij de uitvoering van de overeenkomst aangaande waarvan de aansprakelijkheid in het geding is.
In deze zaak is de overeenkomst tot het vervoer en opslag van geld voor Kwantum in het geding. De medewerker van Geldnet was hierbij niet betrokken. Derhalve dient hij niet als een hulppersoon ex artikel 6:76 BW te worden beschouwd.