Privaatrecht – Fraanje/ Alukon

  • Datum: 11 oktober 2019

  • Rechtbankniveau: Hoge Raad

  • Rechtsgebied: Privaatrecht

  • Wetsartikelen: Art. 6:265 BW en art. 6:82 BW

Casus

Fraanje b.v. (Fraanje) heeft als hoofdaannemer een overeenkomst van onderaanneming gesloten met Alukon Zeeland b.v. (Alukon). Alukon loopt echter diverse keren vertraging op en besluit profielen van een andere fabrikant te gebruiken dan Fraanje had aangegeven. Op 5 juli, 6, 17 en 24 september sommeert Fraanje Alukon afronding van het werk met de voorgeschreven profielen en een bevestigende verklaring van Alukon binnen vijf dagen. Alukon houdt zich hier echter niet aan. Fraanje laat hierop weten op 2 oktober 2013 de overeenkomst te willen ontbinden. Alukon gaat hier niet mee akkoord. Alukon vordert een bedrag van 65.110 euro op grond van het niet rechtsgeldig buitengerechtelijk ontbinden van de overeenkomst. Fraanje vordert een verklaring dat de overeenkomst wel rechtsgeldig is ontbonden. Ook vordert Fraanje een terugbetaling van het betaalde bedrag van 56.265 euro en een schadevergoeding van 152.777,29 euro. Zowel de rechtbank als het Hof wijzen de vordering van Alukon toe. Beide beschouwden de gestelde termijnen door Fraanje onredelijk kort en oordeelden dat de overeenkomst prematuur is ontbonden. Ook de redenering dat uit de houding van Alukon op te maken was dat hij niet in staat was de prestatie alsnog te leveren wordt als onjuist beschouwd.

Rechtsvraag

Mocht Fraanje b.v. de overeenkomst ontbinden met Alukon Zeeland b.v. zonder dat Alukon in verzuim verkeerde?

Hoge Raad

Art. 6:265 lid 2 BW stelt dat ontbinding verzuim (art. 6:82 BW) vereist indien nakoming niet blijvend of tijdelijk onmogelijk is. De Hoge Raad oordeelt dat bij de beoordeling van de gestelde termijnen na de aanmaning, de termijnen voor de aanmaning in acht moeten worden genomen. De Hoge Raad verruimt met deze uitspraak de betekenis van een redelijk termijn. Met betrekking tot het prematuur ontbinden van de overeenkomst oordeelt de Hoge Raad dat hiervan geen sprake is gezien het feit dat Fraanje pas heeft ontbonden na het verlopen termijn.
De Hoge Raad oordeelt dat Alukon zich niet bereid heeft verklaard de prestatie alsnog te leveren, gezien het feit dat de communicatie uitbleef en/of langs elkaar heen liep. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het gerechtshof, verwijst het geding terug naar de rechtbank en veroordeelt Alukon in de kosten van het geding in cassatie begroot op 6.757,62 euro aan verschotten en 2.600 euro aan salaris.