Privaatrecht – FNV Eemshaven ECLI:NL:RBMNE:2015:5393

  • Datum: 22 juli 2015

  • Rechtbankniveau: Rechtbank Midden-Nederland

  • Rechtsgebied: Privaatrecht

  • Wetsartikelen: /

Casus

Deze zaak gaat het over de bouw van de Eemshaven in Groningen. FNV komt op voor de belangen van de Poolse werknemers die volgens de FNV lid zijn van de FNV. De zaak wordt gevoerd tegen de Poolse onderaannemer. Op de arbeidsovereenkomsten tussen Remak en haar werknemers is Pools recht van toepassing. FNV is als werknemersvereniging partij geweest bij de totstandkoming van de (minimum) Cao Metalektro 2011/2013, welke algemeen verbindend is verklaard (de avv Cao). FNV vordert naleving van de basisarbeidsvoorwaarden uit de algemeen verbindend verklaarde Cao ten opzichte van de gedetacheerde Poolse werknemers. FNV wil naleving van het minimumloon, de vakantietoeslag, de roostervrije uren en de toeslag voor afwijkende werktijd. Remak verweert zich met het argument dat zij aan de betalingsverplichting van het minimumloon voldoet en dat overige basisarbeidsvoorwaarden niet tot de zogenaamde ‘harde kern’ van arbeidsvoorwaarden behoren zoals bedoeld in de Detacheringsrichtlijn (preambule).

Rechtsvraag

Handelt Remak in strijd met de Detacheringsrichtlijn door de basisarbeidsvoorwaarden in de avv Cao niet na te leven?

Lagere rechters

Op de detachering van de Poolse werknemers is de Detacheringsrichtlijn (96/71/EG) van toepassing (geïmplementeerd in de Waga en art. 2 lid 6 Wet AVV). Hierdoor zijn, ongeacht de rechtskeuze van partijen, de in het land van detachering op grond van de wet of avv Cao geldende basisarbeidsvoorwaarden van toepassing, mits deze gunstiger zijn voor de werknemer. De voorzieningenrechter overweegt dat de hoogte van het basisuurloon evident behoort tot de ‘harde kern’ van de Detacheringsrichtlijn. Wat betreft de vakantietoeslag komt de rechter tot het oordeel dat deze als onderdeel van het minimumloon tot de ‘harde kern’ behoort, hetgeen ook geldt voor de toeslag voor afwijkende werktijd. Voor deze drie voorwaarden wordt Remak veroordeeld tot naleving met terugwerkende kracht tot 15 oktober 2011. Wat betreft de voorwaarde ter zake van de roostervrije uren, overweegt de rechter dat het denkbaar is dat de bodemrechter tot de conclusie komt dat deze niet tot de harde kern behoren. Deze vordering wijst de voorzieningenrechter derhalve af.