Privaatrecht – De Nieuwe Woning/ de Staat ECLI:NL:HR:1996:ZC2117

  • Datum: 28 juni 1996

  • Rechtbankniveau: Hoge Raad

  • Rechtsgebied: Privaatrecht

  • Wetsartikelen: Art. 99 RO

Feiten

De Nieuwe Woning dagvaart de Staat en vordert een vergoeding. De kantonrechter wijst de vordering geheel af. Vervolgens wordt hoger beroep ingesteld. Aan De Nieuwe Woning is tweemaal uitstel verleend voor het nemen van een memorie van antwoord. De rolrechter heeft daarna een akte van niet-dienen verleend (de wederpartij is dan weer aan zet en de door de akte getroffen memorie van antwoord mag niet meer worden genomen door De Nieuwe Woning). Tijdens het pleidooi verzoekt De Nieuwe Woning om terugverwijzing naar de rol zodat alsnog een memorie van antwoord kan worden genomen en incidenteel appel kan worden ingesteld.

Rechtsvraag

Wat is de juridische status van rolrichtlijnen?

Hoge Raad

De Hoge Raad oordeelt dat de in het vonnis genoemde rolrichtlijnen zijn aan te merken als recht in de zin van artikel 99 RO. Deze regels (rolrichtlijnen) kunnen niet gelden als algemeen verbindende voorschriften, maar kunnen de rechter wel binden op grond van algemene beginselen van behoorlijke rechtspleging. Daarnaast kunnen rolrichtlijnen wanneer de inhoud en strekking ervan zich hiervoor leent, ten opzichte van betrokkenen als rechtsregels worden toegepast. Verder is de akte van niet-dienen ten onrechte verleend. De rolrechter heeft artikel 9a van de rolrichtlijnen geschonden door het verlenen van deze akte, omdat niet aan alle vereisten van dit artikel was voldaan. Er was namelijk geen kopie van de brief, waarin de akte van niet-dienen werd gevraagd, aan De Nieuwe Woning gezonden.