Privaatrecht – DA Retilgroep BV ECLI:NL:HR:2017:982

  • Datum: 2 juni 2017

  • Rechtbankniveau: Hoge Raad

  • Rechtsgebied: Privaatrecht

  • Wetsartikelen: Art. 25 WOR

Casus

DA Retailgroep hield een groothandel in farmaceutische producten, parfums en cosmetica in stand. Retail SSC verleende onder meer diensten aan drogisten. DA Holding is aandeelhoudster van beide vennootschappen. De ondernemingsraad (OR) is ingesteld voor DA Retailgroep en Retail SSC. Op 23 december 2015 is aan DA Retailgroep en Retail SSC voorlopig surseance van betaling verleend. De bewindvoerder heeft hierna gesprekken gevoerd met de huisbankier van DA Retailgroep en Retail SSC en met andere partijen over een mogelijke doorstart van de activiteiten. Uiteindelijk hebben twee partijen, waaronder de vennootschap NDS, een bod gedaan op de activa van DA Retailgroep en Retail SSC. Op 29 december 2015 zijn DA Retailgroep en Retail SSC failliet verklaard. De curator heeft, met toestemming van de rechter-commissaris, gekozen voor het (iets lagere) bod van NDS. Aan deze keuze lagen overwegingen van werkgelegenheid ten grondslag. De curator heeft met machtiging van de rechter-commissaris de arbeidsovereenkomsten van de medewerkers van DA Retailgroep en Retail SSC opgezegd. De curator heeft de OR op de belangrijkste punten geïnformeerd over (het besluit tot) de overdracht van de bedrijfsactiviteiten aan NDS. De OR heeft de curator verzocht te bevestigen dat hij de kosten die de OR zou gaan maken voor juridische bijstand, als boedelschuld zou beschouwen. Na overleg met de rechter-commissaris heeft de curator dat verzoek afgewezen.

Rechtsvraag

Geldt het adviesrecht van de ondernemingsraad (art. 25 WOR) ook tijdens faillissement?

Hoge Raad

Het adviesrecht gaat uit van de situatie dat de onderneming zich niet in een insolvente toestand bevindt. De ondernemingsraad (OR) is vertegenwoordiger van de werknemers enerzijds en overlegpartner van de ondernemer anderzijds, dit alles in het belang van het goed functioneren van de onderneming in al haar doelstellingen (r.o. 3.6.). Als uitgangspunt geldt daarbij dat werknemers via de ondernemingsraad worden betrokken bij de totstandkoming van besluiten in de onderneming, waardoor zij in belangrijke mate worden geraakt, het adviesrecht vastgelegd in art. 25 WOR helpt daarbij. De mogelijkheid tot uitoefening daarvan dient te worden geboden op een moment dat het advies nog van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit. De invloed van een eventueel advies en daarmee de reikwijdte van een eventueel adviesrecht van de ondernemingsraad wordt in een faillissementssituatie echter wezenlijk beperkt door de noodlijdende toestand van de onderneming en door het doel van het faillissementsrecht. Het adviesrecht van de OR ziet daarom in beginsel niet op de verkoop van goederen (art. 176 Fw) en het ontslag van werknemers (art. 40 Fw), ook niet als zodanige verkoop of zodanig ontslag tot gevolg heeft dat de onderneming wordt beëindigd. Indien echter de verkoop van activa plaatsvindt in het kader van een voortzetting of doorstart van de onderneming door dezelfde of een andere entiteit, waarbij het vooruitzicht bestaat van behoud van arbeidsplaatsen, is een daarop gericht besluit adviesplichtig op grond van art. 25 lid 1 WOR (r.o. 3.3.4.).