Privaatrecht – Banque de Suez/ Bijkerk ECLI:NL:HR: 1988:AC3064

  • Datum: 13 mei 1988

  • Rechtbankniveau: Hoge Raad

  • Rechtsgebied: Privaatrecht

  • Wetsartikelen: Art. 33 lid 2 Fw en art. 505 Rv

Feiten

Koopmans was in dienst van Banque de Suez en had hiervan een bedrag geleend voor het kopen van een huis. Het huis werd gekocht en geleverd. Koopmans had zich verbonden het huis niet te vervreemden of te bezwaren, en aan de bank op eerste verzoek een hypotheek te verlenen. Vervolgens wordt conservatoir beslag gelegd op het huis door de AMRO-bank voor een vordering van die bank op Koopmans. Daarna wordt er een hypotheek op het huis gevestigd voor Banque de Suez. Koopmans gaat failliet.

Als na de vestiging van conservatoir beslag op een onroerend goed een recht van hypotheek wordt gevestigd door een andere schuldeiser en vervolgens de beslagdebiteur/hypotheekgever failliet gaat, kan de hypotheekhouder zijn rechten dan uitoefenen alsof er geen faillissement is of kan de curator zich ten behoeve van de boedel beroepen op art. 505 lid 2 Rv?

Rechtsvraag

Kan de hypotheekhouder zich na de faillietverklaring als separatist op de onroerende zaak verhalen alsof er geen faillissement is? Kan de curator zich ten behoeve van de boedel op art. 505 lid 4 Rv beroepen?

Hoge Raad

Een faillissement treedt als algemeen beslag in de plaats van de executiemaatregelen van individuele schuldeisers. Art. 33 Fw strekt er volgens de Hoge Raad echter niet toe, elk rechtsgevolg van de beslaglegging teniet te doen gaan. De Fw brengt met zich mee dat de bevoegdheid van individuele schuldeisers tot het nemen van maatregelen van executie op de curator is overgegaan. De curator kan zich dus ten behoeve van de boedel beroepen op de bescherming die de beslaglegger van art. 505 lid 2 Rv.

Door het faillissement vervalt het beslag volgens art. 33 Fw. Niet ieder rechtsgevolg van de beslaglegging gaat teniet. De werking van art. 505 lid 2 gaat niet teniet ten gunste van de hypotheekhouder. In deze situatie kan de curator zich tegenover de hypotheekhouder beroepen op art. 505 lid 2. Dit heeft als gevolg dat de hypotheekhouder niet het recht heeft de zaak te verkopen als separatist. De opbrengst van het huis valt in de boedel tot de hoogte van de vorderingen van de beslaglegger. Op het bedrag dat in de boedel valt is de hypotheekhouder dus niet bevoorrecht. Als het huis meer heeft opgebracht, dan is de hypotheekhouder hierop wel bevoorrecht.

Rechtsregel

Art. 33 lid 2 Fw doet de werking van art. 505 lid 4 Rv niet teniet.