Privaatrecht – Baby Kelly: Wrongful life ECLI:NL:HR:2005:AR5213

  • Datum: 18 maart 2005

  • Rechtbankniveau: Hoge Raad

  • Rechtsgebied: Privaatrecht

  • Wetsartikelen: /

Casus

Kelly is in 1994 met een genetische chromosomale afwijking ter wereld gekomen. Zij is zwaar lichamelijk en geestelijk gehandicapt.

Haar moeder, die twee miskramen had gehad en wier neef ook een chromosomale afwijking heeft, gehad tijdens de zwangerschap (twee keer) om een vruchtwaterpunctie gevraagd. Door de verloskundige is deze vraag echter afgewezen.
De ouders vorderen voor zichzelf en als wettelijke vertegenwoordigers van Kelly schadevergoeding. Was er een vruchtwaterpunctie onderzoek geweest, dan was de afwijking aan het licht gekomen en dan hadden de ouders besloten om abortus te plegen. De verpleegster was op de hoogte dat de moeder abortus zal plegen wanneer ze ook daadwerkelijk een gehandicapt kind zal krijgen. De moeder en de vader eisen een schadevergoeding.

Rechtsvraag

Kunnen de ouders schadevergoeding vragen op grond van het argument dat Kelly niet geboren had mogen worden?

Rechtbank

De rechtbank heeft geoordeeld dat de moeder een schadevergoeding kon worden toegerekend, maar dat de vorderingen tot schadevergoeding van de vader en van Kelly afgewezen moeten worden. Zowel de verloskundige als de ouders (tevens als wettelijke vertegenwoordigers van Kelly) gaan hiertegen in hoger beroep.

Het principaal appèl bij het Hof

Op de volgende punten zijn het ziekenhuis en de verloskundige in beroep gegaan tegen de uitspraak van de rechtbank:

Het zou niet duidelijk zijn dat de moeder van Kelly tot abortus zou zijn overgegaan, wanneer zij een vruchtwaterpunctie had laten doen. Het Hof oordeelt echter dat deze ommezwaai geen gedekt verweer op zou leveren in de zin van art. 348 Rv en deze ommezwaai in de rechtszaak wordt daardoor niet toegelaten.

Grief VI keert zich tegen de stelling van de rechtbank dat voor toerekening van de schade, als gevolg van een beroepsfout van de deskundige, het voldoende is dat door een fout een risico is geschapen, dat zich vervolgens verwezenlijkt heeft (6:98 BW). Dit is de omkeerregel. Het Hof oordeelt dat de omkeerregel niet mag worden gebruikt als onduidelijkheid bestaat omtrent de toedracht van het ongeval en indien niet aannemelijk is gemaakt dat de schade het gevolg is van de fout. Dit is hier echter niet het geval. De volgende grief houdt in dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de kosten van opvoeding en verzorging van Kelly tot haar 21ste jaar onmiskenbare vermogensschade vormen en dat die schadepost toewijsbaar zou zijn op het Wrongful birth leerstuk. Het Hof oordeelt dat het Wrongful birth leerstuk inderdaad niet rechtstreeks toepasselijk is. Wrongful birth is immers wat anders dat Wrongful life. Zij vormen afzonderlijke leerstukken.
De rechtbank heeft echter terecht geoordeeld dat er een kind is geboren, dat zonder de fout niet geboren zou zijn en dat er sprake moet zijn van vermogensschade tot het 21ste jaar (art. 1:295a BW).

Grief X houdt in dat de rechtbank ten onrechte immateriële schadevergoeding aan de moeder zou hebben toegekend. Het Hof oordeelt echter dat de rechtbank aantasting in de persoon van de moeder aanwezig heeft geacht, omdat ernstig inbreuk is gemaakt op het zelfbeschikkingsrecht van de moeder. De rechtbank heeft hier terecht beslist.

Het incidenteel appèl bij het Hof

De ouders zijn in beroep gegaan op grond van de volgende punten:

De rechtbank heeft ten onrechte de vordering tot immateriële schade van de vader afgewezen. Ook de vader was immers belanghebbende bij de beslissing om tot abortus over te gaan.
Het Hof oordeelt hierover dat het simpele feit dat de vader belanghebbende is, niet ver genoeg gaat om aan te nemen dat de vader in de zin van art. 6:106 BW ‘in zijn persoon is aangetast’. Het gezinsleven van de man wordt wel in aanmerkelijke mate en langdurig overschaduwd door de problematiek.

De opgelopen schade moet echter gekwalificeerd worden als affectieschade (zelf lijden om wat een naaste te dragen heeft). Affectieschade komt volgens art. 6:106 BW nog niet voor vergoeding in aanmerking.

De rechtbank heeft ten onrechte de vordering tot immateriële schadevergoeding van Kelly afgewezen. Kelly verwijt de verloskundige het feit dat zij geboren is.
Bij de rechtbank was dit verwijt nog niet aangedragen. Het hof is het toegestaan om fouten uit de rechtbank fase te herstellen.

De schade moet toegerekend kunnen worden op grond van art. 6:98 BW. In het Nederlandse recht staan geen doorslaggevende argumenten om dit soort claims te belemmeren. Een eventuele limitering van de aansprakelijkheid is aan de wetgever.

Hof

Het principaal appèl wordt bekrachtigd. Na beoordeling van het incidenteel appèl moet bovendien geconcludeerd worden dat de immateriële schade van Kelly vergoed moet worden.
Ook de materiële schade die Kelly, vermeerderd met de wettelijke rente, zal lijden moet vergoed worden, voor zover deze schade niet wordt vergoed aan de ouders.

Hoge Raad

De Hoge Raad bekrachtigt de uitspraak van het Hof en stelt dat de volgende schade moet worden vergoed:
Kosten opvoeding;
Kosten van de handicap van Kelly;
Smartengeld voor Kelly;
Smartengeld voor vader en moeder;
Kosten rechtsbijstand.