Ondernemingsrecht – Arbeidsrecht en vennootschapsrecht, ECLI:NL:RBLIM:2019:125

  • Datum: 9 januari 2019

  • Rechtbankniveau: Rechtbank Limburg

  • Rechtsgebied: Ondernemingsrecht

  • Wetsartikelen: /

Casus

de AV van BV X had A op 31 juli 2018 geschorst als bestuurder en op de algemene vergadering van 30 augustus 2018 met onmiddellijke ingang ontslagen als bestuurder, met opzegging van de arbeidsovereenkomst per 1 november 2018.

Op 31 juli 2018 (de dag van de schorsing) heeft de 49%-aandeelhouder de staffunctionarissen van BV X en de bestuurders van andere ondernemingen van die 49%-aandeelhouder op de hoogte gesteld van het vertrek van A en van de naam van de opvolger van A.

A had de vergadering van 30 augustus 2018 niet bijgewoond omdat, A had gevraagd om bepaalde stukken te verstrekken voor het voeren van het verweer van A, maar niet alle gevraagde stukken werden verstrekt. Ook was A van mening dat het bijwonen van de vergadering zinloos zou zijn, aangezien de BV hem toch al zou ontslaan.

Rechtsvraag

Is het ontslag rechtsgeldig verlopen?

Hoge Raad

Had de BV de gevraagde stukken moeten verstrekken? De Hoge Raad oordeelt van niet. De Hoge Raad concludeert dat er enerzijds wel degelijk stukken aan (verzoeker) zijn verstrekt en anderzijds de bezwaren tegen zijn persoon steeds zijn handelen als bestuurder betreffen. Zo zou hij bijvoorbeeld bevoegdheden hebben overtreden en waarschuwingen hebben genegeerd. De rechtbank acht A uit hoofde van zijn functie zeer goed in staat om daar gefundeerd op te reageren.

Had X een kans gehad om zijn verweer te voeren tegen zijn ontslag indien hij naar de vergadering zou zijn gegaan? De Hoge Raad oordeelt dat, omdat de 49%-aandeelhoudster al had aangekondigd op 31 juli 2018 dat A zou vertrekken, er feitelijk al een besluit was genomen betreft het ontslag en A daarom geen kans zou hebben gehad om verweer te voeren.

Rechtsregel

Bestuurders van NV/BV en andere grote rechtsvormen hebben in beginsel een arbeidsovereenkomst. Daarmee heeft de bestuurder een dubbele rechtspositie, een benoeming als bestuurder uit vennootschapsrecht en een benoeming als werknemer uit het arbeidsrecht. Bij ontslag dienen beide banden te worden verbroken.
In verschillende arresten van de Hoge Raad is uitgemaakt dat een vennootschapsrechtelijk ontslagbesluit in beginsel ook de beëindiging van de arbeidsovereenkomst van de bestuurder tot gevolg heeft. In het vennootschapsrechtelijke ontslagbesluit is immers de arbeidsrechtelijke opzegging gelegen. Wanneer het vennootschappelijke besluit wegvalt, vervalt eveneens de verbreking van de arbeidsovereenkomst.

Het bestuur moet weliswaar aan de aandeelhoudersvergadering verantwoording afleggen van zijn beleid, maar is niet verplicht de aandeelhoudersvergadering vooraf in zijn besluitvorming te betrekken als het gaat om handelingen waartoe het bestuur bevoegd is.

De wettelijke taakopdracht van de raad van commissarissen brengt niet mee dat de raad de verplichting heeft een bemiddelende rol te vervullen bij conflicten tussen bestuur en aandeelhouders. De raad is daarmee aan de aandeelhouders ook geen verantwoording verschuldigd.

Iedere aandeelhouder heeft tijdens de aandeelhoudersvergadering zelfstandig het recht vragen te stellen — ongeacht of deze betrekking hebben op punten die op de agenda zijn vermeld — en de vennootschap dient die vragen te beantwoorden. Daarbuiten hebben aandeelhouders geen recht op het verstrekken van door hen afzonderlijk verlangde informatie.