Bestuursrecht – Vardosanidze EHRM 43881/10

  • Datum: 7 mei 2020

  • Rechtbankniveau: EHRM

  • Rechtsgebied: Bestuursrecht

  • Wetsartikelen: Art. 2 EVRM

Casus

De zoon van mevrouw Lali Vardosanidze werd op 30 april 1998 dood aangetroffen in zijn appartement. Het bleek dat hij was overleden ten gevolge van koolmonoxidevergiftiging. Tien maanden daarvoor was er een veiligheidscontrole uitgevoerd in de flat (uit initiatief van de overheid) van de zoon van klaagster waarbij een fout in de warmwaterinstallatie was ontdekt. Volgens het inspectieverslag hebben zij de installatie uitgezet, de gasmeter in cellofaan verpakt en hebben zij de bewoner van instructies voorzien de warmwaterinstallatie niet meer te gebruiken.

In het kader van het strafrechtelijke onderzoek wat volgde op de dood, hebben de inspecteurs verklaard dat ze de familie van klaagster hebben gewaarschuwd voor de risico’s verbonden aan het gebruik van een dergelijke warmwaterinstallatie en dat deze niet weer verbonden moest worden met de gaskraan. Zij specificeerden later ook dat er een verbod bestond op het installeren van door gas gedreven warmwaterinstallaties in gebouwen met vijf of meer verdiepingen, zoals het gebouw waar de zoon in woonde, omdat er geen schoorstenen waren en het gebouw onvoldoende kon worden geventileerd. Klaagster stelt dat de overheid verantwoordelijk is voor de dood van haar zoon veroorzaakt door nu zij niet gezorgd heeft voor afdoende regulering en toezicht. Bovendien is het onderzoek na zijn overlijden volgens haar niet effectief geweest. Hiermee is in haar ogen sprake van een schending van artikel 2 EVRM.

Rechtsvraag

Is er sprake van verwaarlozing van art. 2 EVRM door de overheid?

Het Hof

Het Hof stelt dat op grond van artikel 2 EVRM bovenal regelgevende en administratieve maatregelen moeten worden getroffen om de bedreiging van levens effectief te beschermen. Wat betreft gevaarlijke activiteiten moeten regels worden toegespitst op speciale kenmerken van de activiteit, in het bijzonder met betrekking tot het niveau van potentieel levensgevaar. Het Hof overweegt dat er in casu diverse regels golden die het verboden om een warmwaterinstallatie aan te leggen in gebouwen zonder voldoende ventilatiemogelijkheden, om de levens en gezondheid van de bewoners te beschermen. Er werd in de regelgeving echter niet bepaald hoe vaak er veiligheidschecks dienden plaats te vinden. Ook bepaalde de regelgeving niet dat er eerst een waarschuwing moest worden gegeven aan een bewoner als de veiligheidseisen niet in acht werden genomen. Deze gebreken in de regelgeving zijn volgens het hof niet voldoende om de overheid verantwoordelijk te stellen voor de dood van de klaagster. Daarbij wijst het hof in het bijzonder op het feit dat de zoon van klaagster voor zijn overlijden is gewaarschuwd voor het levensgevaar bij het installeren van de warmwaterinstallatie en dit alsnog heeft gedaan. Deze handeling lijkt niet redelijk en daarmee is geen sprake van een schending van artikel 2 EVRM.

Rechtsregel

Volgend op het Öneryildiz- arrest kan hier worden geconcludeerd dat, wanneer er voorzorgsmaatregelen zijn genomen door de overheid, zij niet aansprakelijk kan worden gesteld voor handelingen welke indruisen tegen de eigen veiligheid van de burger wanneer de burger zich daarvan had kunnen behouden gezien de maatregelen van de overheid.