Bestuursrecht – Öztürk ECLI:NL:XX:1976:AC0386

  • Datum: 21 februari 1984

  • Rechtbankniveau: EHRM

  • Rechtsgebied: Bestuursrecht

  • Wetsartikelen: Art. 6 EVRM

Casus

Duitsland heeft kleine verkeersovertredingen overgedragen van het strafrecht naar het ‘Ordnungswidrigkeiten’-recht. Öztürk begaat een verkeersovertreding waartegen hij in beroep gaat bij de bestuursrechter en erna bij de burgerlijke rechter. Geen beroep slaagt. Hij wordt veroordeeld in de proceskosten de kosten van een tolk. Betreft de kosten voor de tolk gaat Öztürk in hoger beroep, wat niet slaagt. Vervolgens stapt Öztürk naar het Hof van de Rechten van de Mens met een klacht op basis van art. 6 lid 3 onder e EVRM. Dit artikel houdt in dat in geval van een ’criminal charge’ de aangeklaagde recht heeft op een tolk, zonder dat daar kosten aan verbonden zijn. Van belang is hierbij of de verkeersovertreding een ‘criminal charge’ is in de zin van art. 6 EVRM.

Rechtsvraag

Wanneer kan een daad worden gekwalificeerd als ‘criminal charge’?

EHRM

Het EHRM past de criteria toe uit het ENGEL-arrest. Dit houdt in dat er eerst moet worden gekeken of de bepaling waartoe de aangeklaagde is vervolgd deel is van het strafrecht. Wanneer dit het geval is kan rechtstreeks worden bepaald dat het gaat om een ‘criminal charge’, echter is het niet altijd zo eenvoudig.

De bepaling op gronde waarvan Öztürk wordt vervolgd is namelijk geen deel van het strafrecht. Daarom moet er worden gekeken naar de andere criteria. Het EHRM bepaald dat er in het geval van Öztürk sprake is van een criminal charge aangezien aan alle criteria kon worden voldaan.

Omdat ten aanzien van een bestuurlijke sanctie met het karakter van een criminal charge extra waarborgen gelden, is het belangrijk dat bepaalde bestuurlijke sancties kunnen worden geclassificeerd. in het Öztürk-arrest is bepaald dat bestuurlijke boetes de aard hebben van een criminal charge.

Rechtsregel

De criminal charge

a. De classificatie van de sanctie naar nationaal recht: eerst wordt getoetst aan het eerste criterium. Als een sanctie onder het strafrecht valt, is dat zonder meer een criminal charge. Als het gaat om een bestuurlijke sanctie o.i.d. dan wordt er aan de overige twee criteria getoetst. Deze hoeven overigens niet allebei te worden vervuld.
b. De aard van de overtreding: de aard van de overtreding kijkt naar de vraag of een overtreden norm zich richt tot een specifieke groep of tot alle burgers. Als het zich richt op een specifieke groep, wordt er gesproken van tuchtrecht en is er geen sprake van een criminal charge.
c. De aard en zwaarte van de sanctie: de aard en zwaarte wordt gezien als het belangrijkste criterium. Als een sanctie leedtoevoegend en afschrikwekkend is, is er doorgaans sprake van een criminal charge.

Typering van bestuursrechtelijke sancties

• Bestuurlijke boete: de bestuurlijke boete in de zin van art. 5:46 Awb is onomstreden een criminal charge in de zin van art. 6 EVRM. Het heeft ook als doel om leed toe te voegen. Deze boete is dan ook de meest gebruikte vorm.
• Herstelsancties: herstelsancties zijn geen criminal charge. Deze boetes dienen tot rechtsherstel en zijn daarom niet punitief van aard.
• Twijfelgevallen: er zijn ook gevallen waar men over twijfelt of er sprake is van een criminal charge. Het is niet duidelijk of het intrekken van een begunstigende beschikking telt als criminal charge. De weigering van een vergunning op grond van de Wet Bibob is geen criminal charge. Het intrekken van een dergelijke vergunning is nog onduidelijk.