Bestuursrecht/Privaatrecht – Noordwijkerhout/Guldemond NJ 1916

  • Datum: 31 december 1915

  • Rechtbankniveau: Hoge Raad

  • Rechtsgebied: Bestuursrecht/Privaatrecht

  • Wetsartikelen: Art. 112 lid 1 Gw

Casus

Guldemond, een bloementeler groef een vaarsloot door zijn terrein welke een looppad kruiste. Vervolgens was het looppad niet meer toegankelijk en wou de gemeente Noordwijkerhout de sloot daarom dempen. Dit betreft de uitoefening van een publieke taak door de gemeente. Er werd een kort geding aangespannen tussen de gemeente en Guldemond. Aangezien de gemeente hier vanuit publiekrechtelijke voet (het uitvoeren van haar taken) handelde, was het onduidelijk aan welke rechter dit geschil moest worden voorgelegd.

Rechtsvraag

Is de burgerlijke rechter bevoegd? Mag de rechterlijke macht oordelen over de bestuursdaden van ‘de administratie’ van het bestuur?

Achtergrond van de rechtsoverweging

Aan het einde van de negentiende eeuw had de burgerlijke rechter geen moeite met het aanvaarden van overheidsaansprakelijkheid, ook niet als de schade was veroorzaakt door typisch overheidshandelen. Dit werd gevolgd door de ontwikkeling dat de overheid alleen aansprakelijk werd gesteld voor het handelen wat niet valt onder haar publieke taak, dus als bijzonder persoon. Deze trend zette zich voort en uiteindelijk werd tot de conclusie gekomen dat de burgerlijke rechter niet bevoegd is tot het beoordelen van bestuursorganen, echter was er geen rechter om hier wél over te oordelen aangezien bestuursrechters nog niet bestonden.

Ten aanzien van de bevoegdheid van de burgerlijke rechter blijkt de bevoegdheid af te kunnen worden geleid vanuit twee perspectieven:

• fundamentum petendi: de door de gedaagde gestelde, en door de rechter vastgestelde, ‘grondslag van het gevorderde’ is bepalende voor de vraag of de burgerlijke rechter bevoegd is;

• obiectum litis: het ‘voorwerp van het geschil’. De aard van het recht waarin de aanlegger vraagt beschermd te worden is bepalend voor de vraag of de burgerlijke rechter bevoegd is.

Hoge Raad

De obiectum litis-leer wordt gehanteerd in het Noordwijkerhout/Guldemond-arrest. De Hoge Raad geeft aan in het Alkmaar/Noord-Holland-arrest dat de door eiser gestelde rechtsverhouding bepalend is voor de competentie van de burgerlijke rechter, ongeacht of daarmee de daadwerkelijk bestaande rechtsverhouding juist wordt gekwalificeerd. Dit is de verruimde objectum litis-leer.

Deze leer impliceert dat er vrijwel altijd een bevoegde burgerlijke rechter is – een eisende partij kan immers bijna altijd wel zij eis inkleden in termen van onrechtmatige daad. De Hoge Raad zag dat natuurlijk ook in, en heeft dit beperkt. Er kunnen drie categorieën worden onderscheiden:

a. in sommige gevallen is de burgerlijke rechter toch niet bevoegd;
b. soms is hij wel bevoegd maar is de eiser niet ontvankelijk in zijn vordering; en
c. soms vormen noch bevoegdheid nog ontvankelijkheid een probleem, maar wordt de vordering op constitutionele gronden afgewezen, omdat het gevorderde de rechterlijke mogelijkheden te buiten gaat.

a. burgerlijke rechter is toch niet bevoegd

Van belang is hier het Elsoo’er verkiezingsafspraak-arrest. Het ging hier om een overeenkomst over de wijze waarop er zetels zouden worden verdeeld in de gemeenteraad. Dit betreft een publiekrechtelijke kwestie welke niet valt onder art. 112 Gw lid 1.
Van belang is dus voor deze categorie: valt de kwestie onder de de gevallen beschreven in art. 112 lid 1 Gw?

b. vordering niet-ontvankelijk

Het betreft hier een situatie waar er in beginsel zowel naar de burgerlijke rechter als de bestuursrechter kan worden gestapt. Bepaald is in het Plassenschap Loosdrecht/Nagtegaal en Bavelaar arrest dat wanneer de bestuursrechter ontvankelijk is, de burgerlijke rechter derhalve niet-ontvankelijk is.

c. constitutionele positie van de rechter

Wanneer een kwestie dermate politiek is gelegen is en er niet genoeg relevante rechtsnormen zijn aan de hand waarvan een beslissing kan worden genomen door de rechter, is de rechter onbevoegd. Een rechter maakt namelijk geen politieke afwegingen.

Rechtsregels

De burgerlijke rechter is bevoegd, tenzij er geen bevoegdheid om te oordelen op grond van art. 112 lid 1 Gw, het geschil tevens bij de bestuursrechter kan worden beslecht of een kwestie dermate politiek is en de wet geen aanknopingspunten biedt aan de hand waarvan een rechter kan oordelen.